Legenda & uitleg
✕
HH — higher high: hogere top. Kopers zijn sterker, past bij een uptrend ▲ .
HL — higher low: hogere bodem. Uptrend blijft intact; vaak de zone waar kopers weer instappen ▲ .
LH — lower high: lagere top. Verkopers nemen het over, eerste teken van zwakte ▼ .
LL — lower low: lagere bodem. Bevestigt een downtrend ▼ .
BOS↑ / BOS↓ — break of structure: candle sluit voorbij de laatste top/bodem. Vaak het begin van een nieuwe beweging in de richting van de breuk.
BULLISH / BEARISH-badge — zetten de 2 nieuwste swings allebei dezelfde structuur neer (HH+HL of LH+LL), dan beslist dat; anders telt de badge de 6 swings die op de kaart staan en wint een verschil van 2 of meer (anders RANGE). Een nieuwe swing telt pas mee als hij 3 gesloten candles later bevestigd is — de badge kan dus even achterlopen op een snelle beweging (een BOS-label is er wél direct). Met een muis toont de kaart de telling bij aanwijzen; op een telefoon lees je haar direct af uit de zes labels op de kaart.
BULL TRAP — valse uitbraak boven een top: kopers worden gelokt, prijs valt terug. Meestal volgt een beweging omlaag ▼ . ✓ = bevestigd (prijs is echt doorgezakt), ? = nog niet bevestigd, wees voorzichtig.
BEAR TRAP — valse uitbraak onder een bodem: verkopers gelokt, prijs veert terug. Meestal volgt een beweging omhoog ▲ . Zelfde ✓/? als bull trap.
PULLBACK ↓/↑ — tijdelijke tegenbeweging binnen de trend (pull down in uptrend, pull up in downtrend). Geen draai; vaak juist een instapzone in de trendrichting.
🔨 Hammer — lange wick onderaan na een daling: verkopers geprobeerd, kopers wonnen. Meestal draai omhoog ▲ .
☄ Shooting star — lange wick bovenaan na een stijging: kopers geprobeerd, verkopers wonnen. Meestal draai omlaag ▼ .
✚ Doji — open en close bijna gelijk: besluiteloosheid. Mogelijke draai, maar wacht op de volgende candle voor de richting.
ENG▲ / ENG▼ — engulfing: candle "slikt" de vorige helemaal op. ENG▲ meestal omhoog ▲ , ENG▼ meestal omlaag ▼ .
IB Inside bar — candle valt volledig binnen de vorige: markt houdt de adem in. De uitbraak eruit bepaalt vaak de volgende beweging.
EMA 20/50/200 — voortschrijdende gemiddelden. Prijs erboven = bullish, eronder = bearish. EMA✕ : EMA 20 kruist EMA 50 — omhoog = koopdruk ▲ , omlaag = verkoopdruk ▼ .
Bollinger (BB 20/2) — banden rond het gemiddelde. Prijs tegen de buitenband = uitgerekt; smalle band = vaak stilte voor een uitbraak.
RSI 14 — kracht-meter 0–100. Boven 70 = overbought (kans op daling ▼ ), onder 30 = oversold (kans op herstel ▲ ).
DIV ▲/▼ — divergentie: prijs maakt een nieuwe top/bodem maar de RSI niet. Sterk draai-signaal: DIV ▼ meestal omlaag , DIV ▲ meestal omhoog .
Trendlijn ▲/▼ — automatisch getrokken lijn onder de bodems (steun ▲) of boven de toppen (weerstand ▼). Het getal = aantal keren dat de prijs de lijn raakte én er weer van afketste (met minimaal 3 candles ertussen). Een lijn blijft staan zolang hij geldig is, zodat hij niet elke verversing verspringt — maar hij vervalt zodra hij verder dan 8× het gemiddelde candlebereik van de prijs af ligt . Gemeten reden: voorbij die afstand wordt een lijn niet meer geraakt, en zonder die regel bleef een weerstand zweven waar de prijs allang onderuit was gelopen (hij kan dan namelijk nooit ‘gebroken’ worden, want daarvoor moet een candle er bóven sluiten). Ligt er geen bruikbare lijn, dan tekent de app er liever geen dan een misleidende.
TL BREUK ↑/↓ — candle sluit vóórbij de trendlijn: echte breuk, vaak het begin van een beweging in de breekrichting. TL SPRING ▲/▼ — wick prikt door de lijn maar de close keert terug: valse breuk, meestal een veer terug de trend in (zelfde wick/close-regel als bij traps).
Steun, weerstand of prijs erin — groen en S is steun onder de prijs. Rood en W is weerstand boven de prijs. Goud en — betekent dat de prijs nu in de band zit en er nog geen kant is gekozen.
Hoe sterk is de zone? — de kleine signaalmeter vult steeds verder en loopt van grijs via goud en oranje naar rood. Het aantal balken blijft ook zonder kleur leesbaar. Recente touches, een net niveau, een actieve flip, een hoger timeframe en meerdere samenvallende niveaus verhogen de score. De schaal is vast: hetzelfde bewijs geeft later hetzelfde cijfer. Het is technische bewijssterkte, geen kanspercentage .
Licht 0–34
Redelijk 35–54
Sterk 55–74
Zeer sterk 75–100
Wat is nodig om de zone te breken? — bij steun moet een candle onder de hele band sluiten ; bij weerstand moet een candle boven de hele band sluiten . Een wick die er alleen even doorheen prikt telt niet als bevestigde breuk. De uitleg bij de band noemt de grensprijs en het zwaarste timeframe.
FLIP — na zo'n bevestigde breuk kan weerstand steun worden, of steun weerstand. Dan staat FLIP in het label. De kleur blijft vertellen welke rol het niveau nú heeft.
CLUSTER — meerdere nabije zones zijn samengevoegd tot één leesbaar gebied. "S · [3 balken] STERK 68 · FLIP-CLUSTER 3 " betekent: steun, sterke technische bewijssterkte, actieve flip en drie samengevoegde niveaus. Tik of hover voor een vaste kaart met Waarom, Breukbevestiging en Grenzen.
Waarom zie ik niet elke band? — als het scherm te vol raakt blijven de zones rond de huidige prijs zichtbaar. Uit de gegevens wordt niets verwijderd. Met de knop 🔗 Samen/Apart wissel je tussen clusters en de losse onderdelen; de score blijft in beide standen gelijk.
Totaalbeeld (confluentie) — gewogen optelsom van de drie timeframe-trends (4H telt 3×, 1H 2×, 5M 1×), gedempt bij extreem RSI en versterkt door een recente bevestigde trap. Van −100 (sterk bearish) tot +100 (sterk bullish).
n — aantal gemeten events van dat signaaltype. Onder de 20 is het oordeel "onvoldoende data".
Baseline / basis — de toevalskans: hoe vaak de prijs in datzelfde regime sowieso die kant op ging. Alleen een raak% bóven de baseline betekent iets.
Edge (pp) — raakpercentage min de baseline, in procentpunten. +9pp = het signaal deed het 9 punten beter dan toeval.
MFE / MAE — grootste beweging mee (Maximum Favorable) en tegen (Maximum Adverse) tijdens het meetvenster, in procenten. Samen tonen ze hoeveel ruimte een signaal gemiddeld gaf en kostte.
wf✓ / hypothese — walk-forward: wf✓ betekent dat de edge in twee opeenvolgende halfjaarblokken overeind bleef. "Hypothese" = alleen in de backfill gezien, nog niet bevestigd — kleurt geen labels.
Regime — de marktfase op het detectiemoment: trend (omhoog/omlaag) of range (zijwaarts). De statistiek wordt per regime bijgehouden omdat signalen per fase anders presteren.